Adreswijziging afgifte monsters / pakjes: Tartustraat 1 B (i.p.v. Keulenstraat 19a)

Ammoniakemissie uit drijfmest

Niet alle ammonium uit mest wil gemakkelijk emitteren. De verschillen binnen rundveedrijfmest zijn zeer groot. Deze variëren van 10-80% van het totale ammonium in de mest. Algemeen wordt gesteld dat het rantsoen een grote rol speelt. Zowel op het totale gehalte aan ammonium in de mest, als ook het % dat wil emitteren.  De onderstaande tabel geeft bij 9 geheel verschillende voerspoor-monsters aan wat de relatie is tussen het totaal ammoniumgehalte in de mest en de ammoniak die emitteert onder gelijke laboratorium omstandigheden. Koch-Eurolab heeft een windtunnel opstelling in het laboratorium waarbij onder gelijkaardige omstandigheden, qua windsterkte alle geëmitteerde ammoniak gedurende enkele dagen wordt opgevangen en gemeten. 

Let vooral in de onderstaande tabel op de verschillen tussen monster 7 en 8. Ondanks een vergelijkbare hoeveelheid ammonium in de mest (beide ruim 3 kilo per ton aan NH4-N) is de ammoniakemissie bij monster vele malen lager, een factor 7 zelfs, en tevens werd hier weinig blauwzuur gemeten afkomstig uit de mest.

Ammoniakemissie wordt routinematig door het lab van Koch Eurolab in vloeibare mest uitgevoerd in analysepakket 63a en als optie bij analysepakket 63.

De bovenstaande resultaten zijn geanonimiseerde resultaten van door Koch Eurolab geanalyseerde mestmonsters van een rantsoenproef met extreme verschillen van animal sciences (WUR). De gele lijn laat een opklimmend gehalte aan ammonium zien van 1.4 tot 3.3 kg ammonium-N per ton mest. De roze lijn is het aantal kilo's ammonium per ton dat opgevangen is uit de windtunnel, zijnde de geëmitteerde ammoniak. De blauwe lijn geeft het aantal ppm blauwzuur aan dat is gemeten in de mest.

Er is blijkbaar een hoop aan ammoniakemissie te winnen bij een goede mestkwaliteit. De lage emissie van ammoniak komt bovendien deels overeen met bodemvriendelijkheid van de mest.

Ook de weersomstandigheden gedurende de eerste dagen na mest-uitrijden bepalen de uiteindelijke (totale) emissie. Bij veel wind en weinig neerslag zal het totale ammoniumgehalte een grotere rol spelen. Indien na 10 uur na het uitrijden een relevante hoeveelheid neerslag valt, heeft de snelheid van emissie een grotere invloed op de totale emissie. Het blijft derhalve nuttig om door een efficiënt eiwitrantsoen het ammoniumgehalte in de mest laag te houden.

Ook blauwzuurgasontwikkeling wordt in zeer hoge mate door de mate van anaërobie van de mest beïnvloed.
De bepaling van de mate van anaërobie wordt standaard uitgevoerd in een Koch - Eurolab drijfmestanalyse 63 dan wel 63a. Het blauwzuurgehalte, het vetzuren gehalte, en het totaal-sulfiden gehalte of het H2S waterstofsulfide gehalte zijn op basis van projecten aan te bieden. Zend daartoe een aanvraag waarin bijvoorbeeld wordt vermeld wat het doel is van de proef/metingen, dan kunnen wij een voorstel doen welke analyses daarop het beste passen. Of u vraagt de prijs aan voor het aantal monsters en uw gewenste pakket van analyses.

Laatst gewijzigd: 26/05/2021
Koch - Eurolab
Tartustraat 1B
7418 GX DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Contactformulier
© Copyright 1997-2021, Koch - Eurolab