Vluchtige vetzuren in mest en denitrificatie in de bodem.

Door denitrificatie wordt niet alleen jaarlijks per hectare ca 10 – 50 kg zuiver N (=stikstof) verloren, maar wordt ook, omgerekend, ca 5 – 25 ton CO2 de lucht in geblazen. Per hectare!  De ene bodem denitrificeert meer dan de andere. Bodems die meer anaeroob zijn, dat wil zeggen meer zuurstof arme processen hebben, des te meer lachgas ontwikkelt zich in die grond, en dat lachgas komt logischerwijs in de lucht. Lachgas telt als 298 keer krachtiger dan CO2 en dat is de verklaring voor het hoge tonnage CO2 emissie per ha.

Runder-drijfmest bevat ergens rond 5 en 10 kilo vluchtige vetzuren per ton. Deze hoeveelheid vetzuren versterkt de anaërobie in de bodem en daarmee ook de denitrificatie. Daarbij ontstaat onder meer het lachgas. Bij varkensmest is overigens het gehalte vluchtige vetzuren ongeveer twee- tot driemaal zo groot.

Koch Eurolab is in 2018 begonnen de kringloop van vetzuren in de rundveehouderij te onderzoeken met als doel vast te stellen welke factoren er aan bijdragen dat dit gehalte aan vluchtige vetzuren kan worden verlaagd. Waardoor minder stikstof in de bodem verloren gaat, en een grote bijdrage aan  broeikasgassen die ook nog eens de ozonlaag aantasten.

Het onderzoek
Er wordt eerst verkennend onderzoek gedaan op onder meer een reeks praktijkbedrijven, waarbij de invloed van rantsoenen op het ontstaan van vluchtige vetzuren in de opslag van drijfmest wordt onderzocht. De invloed van microbiologische omstandigheden tijdens de vertering worden meegenomen.  Dit omdat verteringsprocessen in de mestopslag het ontstaan van afbraakproducten beïnvloeden. Door een betere penswerking, betere vertering van het voeder in het dier wordt een andere mestsamenstelling verkregen. We verwachten dat dit een effect heeft op het ontstaan van vluchtige vetzuren in mest.

De voordelen
- betere benutting voeder  (voeder efficiëntie / productie)
- minder N en P in de mest  (BEX, minder afvoer van mest)
- minder vluchtige vetzuren en daardoor een gezondere bodem, minder N verlies, minder schadelijke gassen)
Met de eerste twee zaken is ervaring, en mag dus worden verwacht, het onderzoek echter moet nog aantonen dat het op deze wijze lukt om het aantal vluchtige vetzuren in drijfmest te verminderen.

Onderzoek wordt uitgevoerd door:
Janine van den Belt,  (afstudeerder Aeres Dronten)
Walda Schenk,  buitendienst melkveehouderijadvies.
Jasper Noback,  chemisch analist
Veronie Koch, microbiologisch analist / interne planning
Ella Beltman
,  microbiologisch analist
Carl Koch,  projectleider

Hoe werkt denitrificatie?
Uit de bodemhumus, organische meststoffen en kunstmest wordt uiteindelijk nitraat gevormd. Dit nitraat ( NO3) bestaat uit 1 atoom stikstof en 3 atomen zuurstof. In een zuurstofarm milieu is deze gebonden zuurstof aantrekkelijk voor aerobe bacteriën.  Het nitraat wordt hierbij omgevormd tot lachgas (N2O) 2 stikstof atomen en 1 zuurstof atoom. 

Vetzuren als bacterie-fastfood
Vluchtige vetzuren zijn een snelle hap voor bodembacteriën.  Door mest aan te brengen met veel vluchtige vetzuren wordt snel veel "zuurstof" gevraagd. Zeker als een bodem al anaeroob is (biologisch gezien weinig "zuurstof" bevat) wordt het zuurstof uit nitraat aangesproken, met als gevolg die lachgasontwikkeling.

 

Laatst gewijzigd: 29/10/2018
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Contactformulier
© Copyright 1997-2018, Koch - Eurolab