Zuurstof / zuurstofvermogen

 

Zuurstof wordt breed als een zeer belangrijke factor beschouwd in de bodemvruchtbaarheid. Ook de kwaliteit van het ruwvoeder (zie artikelen over natuurlijke toxinen) wordt beïnvloed door de kwaliteit van de bodem. Hier speelt ook zuurstof indirect een belangrijke rol.  Traditioneel werd (en wordt) met grondonderzoek veelal volstaan met analyses van  organische stof, pH, fosfaat, kali, magnesium, stikstof en evt. spoorelementen.  Hiermee wordt een van de meest belangrijke bodemkenmerken overgeslagen, namelijk de zuurstofhuishouding (en ook de samenstelling van het bodemleven). De meting van het zuurstofvermogen is niet zozeer het meten van de structuur, daarvoor zijn andere methoden, maar van de dwingende vraag van de bodem om zuurstof.  Wanneer een bodem voor zijn biologische en chemische processen teveel zuurstof nodig heeft, beperkt dit de beworteling omdat die hun benodigde zuurstof niet voldoende krijgen.

In weiden met een laag zuurstofvermogen komt daling van melkgiften voor. Opname van seleen wordt verhinderd door een slechte zuurstofhuishouding. Er is bovendien een relatie met toxinen vorming bij het inkuilen. Deze toxinen zullen uiteindelijk in de koe schadelijk werk verrichten.

Zuurstofproblemen ontstaan onder meer door :
  • wateroverlast en verdichting van de grond
  • inwerken van organische mest / compost / plantenresten
  • onjuiste bodembewerking, zoals bijv, bodembewerking onder natte omstandigheden
  • met (zwaar) materiaal over het land rijden.

 

Als er eenmaal een slecht bodemleven is ontstaan, is dit niet met een enkele goede ploeg- of spitbeurt even snel op te lossen. Afhankelijk van de ernst van de afwijking en de oorzaak ervan kan het - nadat het advies van ons is uitgevoerd - toch nog 1 tot 3 jaar duren voordat de bodem weer in een acceptabele conditie komt en waarbij planten geen schade meer oplopen door zuurstofgebrek.

Wat te doen bij zuurstofproblemen

Naar aanleiding van een (aanvullend) profielonderzoek wordt door ons een concreet en praktisch bodemverbeteringsadvies gegeven (zie ook bodemcheck-up ). Daarnaast kan het nuttig zijn om, wanneer het probleem of de oorzaak is weggenomen, een paar jaar een gewas zoals bijvoorbeeld GPS te verbouwen. Na deze periode is de bodem zodanig opgeknapt dat de lage stikstofefficiëntie van organische mest, de lage gewasopbrengst of problemen met de diergezondheid merkbaar zijn verbeterd.

"Tijdelijk" zuurstofgebrek

Door het bepalen van een bepaalde fractie van het in de bodem aanwezige mangaan, het "opneembaar" mangaan, kunnen we zien of er op dat moment voldoende zuurstof in de grond werkzaam is. Voor meer informatie over mangaan en zuurstofhuishouding zie: artikel over mangaan.

Verhouding tussen ammonium en nitraat

Ook de verhouding tussen ammonium- en nitraatstikstof is een indicator voor de aanwezigheid van zuurstof. Vaak laat een tijdelijk of een permanent zuurstofgebrek een ruim hoger aandeel ammoniumstikstof en een lager aandeel nitraatstikstof zien. Dit geldt uiteraard niet wanneer in de laatste vier weken een bemesting met ammoniummeststoffen heeft  plaatsgevonden. In de winter is vaak door uitspoeling van nitraat het ammoniumgehalte in de bodem hoger dan het nitraatgehalte. Dit heeft dan niets met zuurstoftekort te maken.

Globale bepalingsmethodiek

In ons laboratorium bepalen wij door een combinatie van chemische en microbiologische technieken de toestand van de bodem voor wat betreft zuurstof. Deze test heet:  het zuurstofvermogen. Hierdoor kunnen wij zien wat op middellange termijn de effecten zullen zijn van bodembehandelingen.

Zuurstof (vermogen) in het kort.

Chemisch symbool  : O2

Te laag zuurstof      : sterfte van gewassen, wortelverrotting, slechte groei

Te hoog zuurstof     : teken van matige activiteit bodemleven

Meststoffen              : geen echt specifieke meststoffen._zie artikeltekst

Laatst gewijzigd: 25/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab