Vanadium

Vanadium in het kort
- nuttig voor de groei vooral van vlinderbloemigen
- geen essentieel spoorelement voor de meeste planten
TE HOOG: beperkte (wortel)groei.
TE LAAG:  in combinatie met laag molybdeengehalte 
                 kan stikstofbinding in planten en bacteriën worden beperkt  
                 minder gezonde gewassen voor mens en dier

Bemesting: (vanadium bevattend) steenmeel, vanadyl

Vanadium en bodem

Het vanadium gehalte in de bodem is goeddeels gekoppeld aan het oorspronkelijke moedermateriaal, de mineralen waaruit de bodem is ontstaan. In zandgronden, en dan vooral podzolen, kan vanadium grotendeels zijn uitgespoeld. Hoe hoger het organische stof gehalte in veengrond, des te lager het vanadium gehalte er kan zijn.

Vanadium en de plant

Vanadium wordt als een nuttig, maar niet essentieel, spoorelement gezien voor planten, behalve voor algen. Vanadium kan als katalysator dienen bij de stikstofbinding en kan daarbij molybdeen vervangen, vooral bij de stikstofbindende bacterie rhizobium. Het vanadiumgehalte in stikstofknolletjes in vlinderbloemige planten, bevat tussen 3 en 12 mg vanadium. De opneembaarheid van vanadium voor de plant neemt af naarmate de pH van de grond stijgt. Tussen pH KCl 5.5 en 8 is er een normale opname van vanadium. In een bodem aanwezige fulvinezuren kunnen vanadium herbergen, en zo opneembaar maken voor de plant. Het gehalte aan fulvinezuren in de grond kan echter sterk variëren. Gras kan 0,2-0,4 mg V per kilo in de drogestof bevatten, bovengrondse delen van klaver tot wel 2,5 mg V /kg.

Diverse vormen van vanadium in de bodem

Vanadium wordt door planten het gemakkelijkst in de vanadyl vorm ( VO2+ ) opgenomen en dit is ook de vorm die koppelt met het fulvinezuur en aan het bodemcomplex. Maar vanadium is ook voor planten beschikbaar in de anionvormen vanadaat (VO43-) en metavanadaat (VO3-). Deze laatste twee vormen van vanadium kunnen echter schadelijk zijn voor diverse vormen van bodemleven. Het is daarom onverstandig te bemesten met vanadaten (of metavanadaten. Het is beter te bemesten met “moedermateriaal” zoals steenmeel of met een vanadyl bemesting.

Rol in bemestingsadvies

Bij het opstellen van een bemestingsadvies wordt door Koch Eurolab rekening gehouden met het vanadiumgehalte, hoofdzakelijk om af te wegen of bij een laag molybdeen perse een aanvullende molybdeen bemesting noodzakelijk is. Bij lage vanadiumgehalten kan bijvoorbeeld (vanadium houdend) steenmeel nuttig zijn zoals bijv. biolith. De opname en bodemgezondheid rond vanadium komt het best tot uiting bij een normale zuurgraad, binnen de optimale waarden van latente zuurstofstress ( > 10), en voldoende aanwezigheid van fulvinezuren.

Vanadium voor mens en dier

Vanadium wordt vanuit voeding beperkt opgenomen, en wordt relatief vlot via de urine uitgescheiden. Bij overmaat van vanadium wordt de giftigheid vooral door inademing en oogirritaties bereikt, des te hoger de valentie van vanadium des te giftiger. In oplopende giftigheid: vanadyl, metavanadaten, vanadaten en uiteindelijk als giftigste: vanadium-pentoxide. Vanadium speelt een (positieve) rol in de glucosehuishouding bij dieren, en waarschijnlijk ook bij de mens. Vanadium zou wel eens essentieel kunnen zijn voor de mens, maar gebrek verschijnselen zijn nog niet aangetoond. De Gezondheidsraad heeft de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vanadium niet vastgesteld, maar 0.01 tot 0.03 milligram per dag wordt voldoende geacht. 1.8 mg vanadium per dag is de veilig geachte bovengrens die het lichaam dagelijks binnen mag krijgen zonder dat er ongewenste effecten ontstaan. Bij melkvee kan een vanadiumtekort zorgen voor verminderde vruchtbaarheid.

Vanadium en milieu

Hogere waarden vanadium komen voor in ruwe olie en sommige industrieslakken. Via affakkelen bij de olie-industrie kan vanadium-pentoxide in de lucht vrijkomen. Vanadium wordt niet routinematig onderzocht omdat verontreiniging met vanadium minder vaak wordt verwacht. De streefwaarde voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum) bedraagt (minder dan) 42 mg V/kg, en de functie wonen geldt tot 80 mg V /kg. De interventiewaarde (vroegere saneringswaarde) ligt op 250 mg V/kg bodem. In grondwater is de streefwaarde (kleiner dan) 0.0012 mg V per liter en een interventiewaarde vanaf 0.07 mg V per liter. De toxiciteit van vanadium bestaat hoofdzakelijk plaats door het verstoren van enzymactiviteiten in het lichaam.
Het effect van een hoog vanadiumgehalte in de bodem wordt afgezwakt door een laag fulvinezuur gehalte, en een pH hoger dan 5.5.

Koch Eurolab vanadium analyse

De vanadium analyse wordt standaard meegenomen in de uitgebreidste analysepakketten voor bodemvruchtbaarheid. De wijze waarop Koch Eurolab vanadium meet is gelijk aan de analysemethode waarop de normen voor milieu zijn vastgesteld: ontsluiting volgens NEN-ISO 6961:2014. Hiermee worden alle vormen van relevant vanadium bepaald. Het vanadium echter dat is ingesloten in kwarts en kleimineralen wordt bij deze analyse niet meegenomen (daarom heeft het “semi-totaal”). Dit in het bodemskelet ingesloten vanadium is minder relevant in de bodem, het kan op verzoek wel worden geanalyseerd, maar dan met een andere techniek.
De waarden die in Nederland meestal worden aangetroffen liggen voor 80% tussen 5 en 50 mg/kg bodem (in de droge stof). De rapportagegrens, de laagste waarde die wordt gerapporteerd is 1 mg V/kg grond. Het zegt nog niet alles over de vanadium beschikbaarheid, omdat daar, zoals boven beschreven de pH en de fulvinezuren een rol spelen. Voor een aantal gronden kan het een maat zijn waarop mineralen zijn uitgespoeld en het nut van een eventuele toevoeging van steenmeel aan de bodem, en de soort steenmeel.

Laatst gewijzigd: 28/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab