Stikstof  in bodem en plant

hoofdvoedingselement

Stikstof is een van de belangrijkste componenten van een plant. Stikstof wordt voornamelijk gebruikt voor de opbouw van eiwitten. Stikstofbemesting stimuleert dan ook sterk de groei van planten.

Stikstof  in het kort:

Chemisch symbool

:

N  = chemisch symbool stikstof   
NO3 = nitraatstikstof     NH4 = ammoniumstikstof

Te laag gehalte:lichte bladkleur, matige groei
Te hoog gehalte:(te) donkere bladkleur, te welig gewasgedrongen groei, uitval, ziekten
meststoffen:. organische meststoffen, bloedmeel, sojameel, kalkammonsalpeter, zwavelzure ammoniak, kalksalpeter, mengmeststoffen zoals NPK 12+10+18

Nitraatstikstof

Vooral tijdens de zomer wordt nitraat uit organische mest gevormd of wordt het rechtstreeks aan de grond toegevoegd in de vorm van meststoffen. Bij veel regenval spoelt nitraat gemakkelijk uit (verlies). Het nitraatgehalte kan dus door het jaar heen sterk schommelen. Daarom geeft het nitraatcijfer slechts een indruk van de stikstof-beschikbaarheid op het moment van monsterneming.

Ammoniumstikstof

Ammoniumstikstof komt vrij bij de vertering van organische stof en organische mest. Als het bodemleven en de structuur van de grond in orde zijn, wordt ammoniumstikstof snel omgezet in nitraatstikstof. Een ammoniumstikstofgehalte tussen _1 en 20 kilo per ha is normaal. Wanneer het gehalte aan ammoniumstikstof één of meer maanden na een bemesting nog steeds hoger is kan dat duiden op een slechte omzetting van ammonium naar nitraat. In dit geval is dat is vaak een gevolg van een beperkte zuurstofvoorziening.

Stikstof totaal

Naast het direct opneembare stikstof wordt in pakket bodem (A, B of C) ook de reserve aan stikstof in de organische stof bepaald. Hierdoor is in te schatten hoeveel stikstof jaarlijks vrijkomt uit de mineralisatie van organische stof. De mineralisatie van de organische stof is niet op iedere bodem gelijk; dat hangt af van het zuurstofvermogen en het C/N-quotiënt, het aanwezige bodemleven en het bodemgebruik.

C/N-quotiënt

Uit het C/N-quotiënt, de deling van de hoeveelheid koolstof door de hoeveelheid stikstof, is indirect af te leiden of de organische stof uit een bodem veel of weinig humus bevat. Humus heeft een C/N-quotiënt van rond de 7. Bodems met weinig humus in de organische stof hebben een C/N-quotiënt dat boven de 18 ligt. Veel bodems in Nederland hebben een C/N-quotiënt tussen de 12 en 15. Niet alle organische stof in de grond is dus humus. Er is geen streefwaarde aangegeven omdat dit cijfer in veel gevallen moeilijk is te be­ïnvloeden. Het is meer een vaststelling die nuttig is voor het opstellen van een bemestingsadvies.

Behoefte aan stikstof door de plant

Het gebruik van organische mest en compost zorgt voor een regelmatige nalevering van stikstof. Dit komt doordat de langzame afbraak door het bodemleven van de organische mest voortdurend voedingsstoffen laat vrijkomen voor de plant. De behoefte aan stikstof is nogal verschillend tussen de gewassen, zowel in hoeveelheid als in de verdeling daarvan over het seizoen. Nitraatgehalten in de bodem zijn in de winter meestal lager dan in de zomer omdat de mineralisatie tot stilstand komt en nitraat uitspoelt door het neerslagoverschot. Vlak na de bemesting kan het gehalte wat hoger liggen, om daarna meestal weer af te zakken. Matige groei (klein blad, lichtgroen) kan veroorzaakt zijn door stikstofgebrek. Bij te veel stikstof produceren bijv. de aardappel en de boon wel veel loof maar minder aardappeltjes en boontjes. Voor gazon en sportveld is in het groeiseizoen een stikstofgehalte van ongeveer 50-100 kg nitraatstikstof per ha een redelijke bodemvoorraad. Bij een laag C/N-quotiënt en een goed organischestofgehalte en een redelijke biologische activiteit in de bodem mag dit gehalte eerder rond de 50 liggen. Een bodem met weinig organische stof zal beter scoren richting 100 kg. Dit geldt min of meer ook voor de border en het plantsoen. Buiten het groeiseizoen ligt dit gehalte meestal duidelijk lager. Stikstofbemesting dient jaarlijks te worden onderhouden.

Milieu-aspecten stikstofbemesting

Bij te hoge nitraatgehalten in de grond kunnen met name bladgroenten een te hoog nitraatgehalte krijgen. Dit levert minder gezonde groenten op.  Daarnaast spoelt stikstof in de vorm van nitraat gemakkelijk uit, zowel op klei- als op zandgronden, waardoor te veel nitraat in het grondwater terecht komt. Stikstofbemestingen in de vorm van organische mest in het najaar of de vroege winter zijn minder effectief omdat gedurende de winter minerale stikstof, en op zandgronden ook kali, uitspoelt. 

Te hoog stikstof

Een ander nadeel van een te hoge stikstofbemesting is een te snel groeiend gewas. Bij sportvelden en gazons betekent dat er vaker moet worden gemaaid, hetgeen meestal ongewenst is. Bij intensief bespeelde sportvelden kan dit wel gunstig zijn omdat dan ook meer herstel van de grasmat plaatsvindt. Bij groenten- en bloementeelt kan een te hoge stikstofgift betekenen dat de planten verzwakken en eerder door schimmels of insecten worden aangetast.

Meer informatie:   over stikstof kunstmest ;   organische mestbloedmeel / sojameel   

Laatst gewijzigd: 28/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab