Spoorelementen in bodem en gewas

Spoorelementen zijn stoffen die in zeer kleine hoeveelheden door de plant worden opgenomen. Sommige ervan, zoals borium, mangaan, ijzer, zink, molybdeen en koper zijn onontbeerlijk voor een plant. In de plant vervullen ze vele functies. Het zijn vaak essentiële functies in de biochemische stofhuishouding van een plant, zoals katalysatorwerking en in bijvoorbeeld enzymen en vitaminen. Bij lage gehaltes in de bodem wordt de kwaliteit, groei en opbrengst negatief beïnvloed. Pas bij (veel) te lage gehaltes treden zichtbare gebrekverschijnselen op.

Bestrijden van spoorelementgebreken

Het bestrijden van spoorelementgebreken kan soms door het toevoegen van  meststoffen aan de grond zoals bij borium, molybdeen, kobalt en koper. Maar mangaan- en ijzergebrek zijn alleen goed te behandelen via herhaalde bladbespuitingen. Omdat een teveel van 1 element nog wel eens aanleiding is voor storing bij een ander element wordt door ons vaak een spoorelementmix geadviseerd.

spoorelementen en opgeloste organische stof

In water oplosbare humuszuren en andere in water oplosbare organische verbindingen kunnen spoorelementen tijdelijk aan zich binden. Het werkt vergelijkbaar als met synthetisch geproduceerde chelaten zoals deze in spoorementmeststoffen voorkomen. Wanneer veel natuurlijke chelaten in de bodemoplossing voorkomen en daar veel spoorelementen aan zijn gebonden, dan wordt voortdurend de bodemoplossing aangevuld met oplosbaar voor de plant opneembare spoorelementen. De chelaten zelf zijn niet of nauwelijks opneembaar door de plant, maar de hoeveelheid voor de plant opneembaar mangaan iwordt dan wel op peil gehouden. Dit geldt die spoorelementen die door de plant in de vorm van een kation kunnen worden opgenomen door een plant zoals mangaan, koper, zink, kobalt en ijzer. Borium, seleen en molybdeen worden hoofdzakelijk in de vorm van anionen door de plant opgenomen, dit werkt niet via chelaten.
Chelaten in EDTA vorm zijn werkzaam binnen een pH traject. Buiten dit traject is er weinig of geen bemestend effect te verwachten. Ijzer (FeEDTA) werkzaam pH traject 1,5- 6.5 zie verder voor andere ijzerchelaten het artikel over ijzer; Mangaan (Mn-EDTA) werkzaam pH traject  3 - 10;  Zink (Zn-EDTA) werkzaam pH traject 2 - 10; Koper (Cu-EDTA) werkzaam pH traject  1.5 - 10; andere chelaten: Calcium (Ca-EDTA) werkzaam pH traject 5 - 10;  Magnesium (Mg-EDTA)  werkzaam pH traject 6 - 10.

Hoe moet de bemesting worden uitgevoerd praktisch gezien?

Spoorelementen oplossen in water geeft de beste verdeling. De hoeveelheid spoorelementen die moet worden gedoseerd is veelal erg klein. De te geven hoeveel­heid aan koper-, borium-, kobalt-, molybdeen-, zink-meststoffen liggen normaliter in de orde van 50-300 gram per te bemesten oppervlak van 100m2. Dit is lastig te verdelen. Soms werkt het om ze te mengen met andere meststoffen, maar meestal leidt ook dit tot ongelijke verdeling over de grond. Dit geldt ook voor de truc van het mengen met zand. Het beste resultaat wordt verkregen wanneer een 0,25% oplossing wordt gemaakt in warm leidingwater 50-60°C. De hogere temperatuur is gewenst om het proces van oplossen van de spoorelementmeststoffen te verbeteren.  Laat het water afkoelen en verdeel het met een gieter met broeskop gelijkmatig over de grond. Indien gewassen worden geraakt: spoel deze voor de zekerheid na met â€oschoon” water, maar de concentratie van 0,25% is vaak voldoende laag om schade te voorkomen. 0,25% Betekent: 25 gram meststof oplossen in 10 liter water. Bij molybdeen (bijv. natriummolybdaat) kan echter het beste altijd met 10 gram op 10 liter worden gewerkt.

Meerdere spoorelementen mogen eventueel met elkaar worden gemengd indien maar ruim water wordt gebruikt. In totaal niet meer dan 25 gram meststof per 10 liter oplossen.

Laatst gewijzigd: 20/10/2015
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2016, Koch - Eurolab