Evenwicht in bodemleven gewenst

Schimmels  (Bodemleven)

De belangrijkste reden voor het opnemen van de bepaling van het  "totaal" aantal schimmels in de bodem is om de verhoudingen tussen micro-organismen in beeld te krijgen. Weinig schimmels in de bovengrond is een veeg teken. 
Er zijn enkele oorzaken voor:

(1) er is weinig bodemleven (wanneer ook de andere waarden, zoals de diverse bacterien, met name aerobe bacterien laag zijn) . Er is dan weinig vruchtbaarheid en "oude kracht" in de bodem aanwezig. Relatief veeleisende teelten zijn voor hun voedingsstoffen dan afhankelijk van de te geven bemesting.

(2) Indien het aantal aerobe bacterien wel goed of hoog is, is de bodem uit het evenwicht gebracht. Zodanig uit evenwicht dat dit in de praktijk in de kwaliteit en kwantiteit van gewasgroei al zichtbaar kan zijn. De oorzaken zijn onder meer:
(a) gebruik van (breedwerkende) schimmelbestrijdingsmiddelen.
(b) het perceel is ooit gediepploegd 
(c) louter gebruik van kunstmest, en weinig organische materialen.
(d) het doseren van dunne mest (drijfmest). 
(e) het inwerken van organische meststoffen. (het hengen door de grond van bijv. stalmest, drijfmest, teveel gewasresten etc.
(f) het perceel heeft geregeld wateroverlast door hoog grondwater of verdiche bodemlagen. (f) een combinatie van deze factoren.

De verhouding tussen aerobe bacterien en het aantal schimmels dient ongeveer 1 op 3 te zijn. *)  In de praktijk komen problemen voor met de gewasgroei indien de verhouding rond de 1 op 1 komt. Bij deze analyse is geen verschil gemaakt tussen "slechte en goede" schimmels. Die is voor deze vergelijking niet relevant. Aantasting met schadelijke schimmels zal eerder plaatsvinden bij lage aantallen schimmels in de bodem. Er is een aanvullende analyse welke een overzicht geeft van veel schadelijke (parasitaire) schimmels in de parasitaire schimmelscreening.

Hoe kunnen we nu het aantal schimmels stimuleren. Schimmels zijn opruimers en zorgen bijvoorbeeld voor de afbraak van houtig materiaal.  Ruw organisch materiaal zoals (zeer) strorijke of vezelrijke mest, blad en ander ruw organisch materiaal zoals boombast, houtsnippers zijn uitdagingen en groeibevorderaars voor schimmels. De overmaat aan schimmels geven weer ruimte voor klein bodemleven zoals mijten en springstaarten. Regelmatig toedienen is hierbij beter dan in overmaat toedienen.

Wanneer een bodem goed wordt bewoond door schimmels, is er minder plaats voor schadelijke schimmels. Onderzoekingen wijzen uit dat veel onschadelijke bodemschimmels en actinomyceten de groei van schadelijke schimmels beperken. Wanneer er veel normale bodembewonende, onschadelijke schimmels in een bodem zitten zullen deze - in geval van een besmetting van de bodem met een parasitaire schimmel  - zorgen dat deze schadelijke schimmels zich minder snel uitbreiden. Hierdoor blijft het gewas eerder gevrijwaard van deze schadelijke schimmels.

 *) het getal voor aerobe bacterien en het getal voor schimmels dat in de verhouding gebruikt wordt is zoals deze in het pakket bodem A, B of C (bodemvruchtbaarheid èn bemesting) is weergegeven. De eenheden zijn weliswaar niet gelijk, maar de gepresenteerde getallen kunnen (onverrekend) met elkaar worden vergeleken. Bijvoorbeeld:  aantal aerobe bacterien (methode Koch) is uitgedrukt in het aantal (miljoenen aerobe) bacterien per gram grond: bijvoorbeeld: analyseuitslag is 30 voor aerobe bacterien. Stel dat het aantal (duizenden) schimmels per gram grond dat in de analyselijst is vermeld komt op 15, dan is de verhouding 2 op 1, en dus een slechte verhouding.

Laatst gewijzigd: 06/04/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab