Rubidium (Rb)

Rubidium lijkt qua beweeglijkheid in bodem en metabolisme in het lichaam veel op kalium. De bodem kan het binden, zowel aan organische stof als aan kleideeltjes (lutum) en is zoals bij kalium gedeeltelijk opneembaar voor de plant. Rubidium kan in een zuurdere bodem verhoudingsgewijs iets beter beschikbaar zijn dan kalium. Hoge beschikbaarheid van kalium in de grond concurreert met het rubidium waardoor minder rubidium in het gewas wordt opgenomen. Tussen meer soorten metaalionen bestaat concurrentie bij opname door de plant en bij functies in plant en lichaam. Binnen de groep lithium natrium, kalium rubidium en cesium is deze concurrentie iets groter dan bij bijvoorbeeld calcium en magnesium. Uit gesteente zal verhoudingsgewijs meer kalium verweren dan rubidium. Derhalve loopt binnen het skelet van een bodem op de lange duur de Rb/K verhouding op.

Mensen bevatten ongeveer 4.5 mg / kg rubidium verdeeld over alle weefsels, het meeste wordt in lever en nieren aangetroffen, het minste in bot. Rubidium is derhalve meer aanwezig dan de meeste andere kleine spoorelementen. Rubidium is matig toxisch en wordt in de vorm van rubidiumchloride zelfs als antidepressivum toegepast, in een hoeveelheid van ca 120 – 500 mg zuiver rubidium per dag. Bij die dosis kunnen bijwerkingen voorkomen. In planten zijn er onder natuurlijke omstandigheden nauwelijks overmaat verschijnselen bekend. Rubidium is een goed voorbeeld van een element dat wijd verbreid voorkomt in planten en dieren en het is nog niet voldoende bewezen als essentieel spoorelement voor plant en dier. Bij ratten bleek een rubidiumvrij dieet echter wel gezondheidsproblemen te veroorzaken en uiteindelijk sterfte. Het geboortegewicht werd lager van geiten die rubidium arm voeder (0,28 mg/kg) gevoederd kregen. Tevens wat hogere sterfte en verwerpingen. Rubidium lijkt op kalium in het patroon van absorptie, distributie en excretie bij dieren. Negentig procent van Rubidium uit voeding wordt uit de spijsvertering opgenomen in het lichaam. De overmaat aan rubidium wordt via urine uitgescheiden. Menselijke urine bevat ca. 1,5 mg Rb/l (kali ca. 1600 mg/l) Normaalwaarde in bloedplasma  ca. 0,16 mg Rb/l (kalium ca. 160 mg/l). Bij melkvee wordt 8% van het totale rubidium via de melk met een gehalte tussen 0,6 - 3,5 mg Rb/kg melk uitgescheiden.
Zo is heeft Rubidium een rol in zowel lichaamsfuncties, zoals het “krebs” metabolisme en bij de functie van spieren en zenuwen. De helft van muizen en ratten sterft kort na een orale inname van ca 3 g rubidium (in zoutvorm) per kg lichaamsgewicht.

Finse voedingsmiddelen bevatten ca 0,5 – 5 mg/kg aan Rubidium, hiermee komt de dagelijkse inname van rubidium in Finland op ca 4,2 mg, vergelijkbaar met een Noord-Amerikaans of Engels dieet. Een Italiaans dieet echter komt tot ca 2,5 mg inname per dag. Diëten met de hoogste niveaus rubidium waren rijker aan vlees en zuivelproducten. Vlees bevat veelal tussen rond 6 en 15 mg rubidium per kg , kippenvlees 20-25 mg/kg . Mengvoeders (veevoeding) variëren tussen 2.6 en 26 mg/kg (op basis droge stof). Vooral soja bevat veelal zeer veel rubidium zie onderstaande tabel.

Gemiddeld Rubidium gehalte in gewasdelen (in mg/kg berekend in droog materiaal)
Op basis van cijfers uit Europa (Polen + Baltische staten) en uit de VS

Graan (korrels) 4
Mais (korrels) 3
Uien (bol) 1
Sla (blad) 14
Kool (blad) 12
Bonen (zaad) 51
Sojabonen (zaad) 220
Appels (vrucht) 50
Avocado (vrucht) 20
Klaver (top blad/bloem) 44
Lucerne (toppen) 98
Gras (toppen) 130

Bodemmonsters kunnen verschillen in het gehalte rubidium afhankelijk van onder meer uit welke gesteente het is ontstaan. Er zijn verschillende extractiemethoden welke tot zeer uiteenlopende waarden in eenzelfde grond kunnen leiden. Bij het “real total” het echte totale gehalte in de bodem kan een analyse variëren tussen 10 en 200 mg rubidium per kilo grond. Hiervan is echter een klein deel opneembaar. Dit wordt ingeschat tussen 1 – 10 mg plant opneembaar Rb in een kg bodem. Voor een HCl 1N extractie wordt deze ingeschat tussen 2 en 20 mg.

Totaal Rubidium gehalte
ca 90 mg/kg in stollingsgesteenten
ca 150 mg/kg in sterk siliciumhoudende gesteenten zoals graniet en gneiss
ca 60 mg/kg in zandsteen
ca 0.0015 mg/liter zoetwater
ca 0.12 mg/liter in zeewater

Laatst gewijzigd: 26/01/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2016, Koch - Eurolab