Nikkel

Nikkel in het kort:
- nuttig voor de groei van met name vlinderbloemigen
- niet-essentieel spoorelement voor de meeste planten.

TE HOOG: bladontkleuring door Fe gebrek, slechte wortelontwikkeling.
                 Gevaar voor nikkelallergie voor gevoelige personen.
TE LAAG:  minder efficiënt transport van stikstof binnen
                 vlinderbloemigen.
                 gezondheidsproblemen bij dier en mens.
Bemesting: steenmeel, compost.

Nikkel en bodem

Het nikkel gehalte in de bodem is in belangrijke mate gekoppeld aan het oorspronkelijke moedermateriaal, de mineralen waaruit de bodem is ontstaan. Kleimineralen en ijzerrijke bodems bevatten vaak meer nikkel. Het nikkel komt in veel organische en anorganische vormen in de bodem voor. Fulvinezuren zijn vaak drager van nikkel.

Nikkel en planten

Nikkel wordt als een nuttig, maar niet essentieel, spoorelement gezien voor planten. Nikkel speelt een rol bij het transport van stikstofverbindingen vanuit stikstofknolletjes naar de top van de plant. Ook speelt nikkel een rol bij de mineralisatie van stikstof in de bodem. De opname van nikkel door de plant is voornamelijk gestuurd door de zuurgraad van de bodem. In tegenstelling tot veel andere metalen, kan nikkel gemakkelijker in zaden en vruchten terecht komen. Gras bevat 0,1 tot 1,7 mg Ni/kg, droog gras en klaver bevatten 1,2 tot 2,7 mg Ni/kg. In groenten varieert het gehalte tussen 0,2 tot 4 mg Ni/kg (droge stof). Toxische gehalten in planten, welke leiden tot verminderde wortelgroei en ijzertekort, variëren in grote lijnen tussen 10 en 100 mg Ni/kg droge stof. Er is uiteraard verschil tussen de gewassen in gevoeligheid. Goed bestand tegen een hoog nikkelgehalte zijn Boriginaceae (waaronder Bernagie), kruisbloemigen (waaronder kolen), mirtefamilie, vlinderbloemigen (eguminosae) en veel siergewassen uit de anjerfamilie (caryophyllacea ), naast veel nikkel verdragen, nemen deze ook veel nikkel op.

Diverse vormen van nikkel in de bodem

Nikkel komt alleen in de tweewaardige vorm voor (Ni2+) voor. Behalve gechelateerd aan fulvinezuren komt het voor als Ni2+ gebonden aan organische stof en kleimineralen. Verder ook in de vormen NiOH+, HNiO2- en Ni(OH)3-. Metaalverontreiniging verhoogt het nikkelgehalte in de gewassen meer dan de nikkel die van nature in de bodem aanwezig is. Afhankelijk van het nikkelgehalte kan eventueel met steenmeel worden bemest, waarbij het nikkelgehalte in de bodem aan geeft of beter een nikkel arme of een nikkelrijkere steenmeel gegeven kan worden. Een hoog gehalte aan chelaatvormers, zoals fulvinezuren is nuttig voor een juiste opname, een te hoog nikkelgehalte wordt dan gebufferd en zo minder snel door de plant opgenomen, toch blijft nikkel daarbij voldoende beschikbaar voor de plant.

Rol in bemestingsadvies

Vooral voor vlinderbloemigen kan een voldoende niveau van nikkel worden nagestreefd. Bij te hoge nikkelgehaltes kan de ijzer opname in de gewassen worden beperkt. Extra aandacht voor dosering van ijzerchelaten kan dan een oplossing zijn. De opname en bodemgezondheid rond nikkel komt het best tot uiting bij een zuurgraad tussen pH 5 en pH 6. In geval van bodemvervuiling met nikkel kan de pH ook hoger worden aangehouden, afhankelijk van het doel en de bodemeigenschappen en voldoende aanwezigheid van fulvinezuren en kleihumuscomplex.

Nikkel voor mens en dier

wanneer een rantsoen voor veel dieren minimaal 0.04 mg/kg aan nikkel bevat, is er geen nikkeltekort te verwachten. Een nikkel tekort kan onder meer tot lagere hematocriet waarden leiden, vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken en de eiwit benutting beperken.  Een overmaat aan nikkel heeft een vervelend gezondheidseffect bij mensen met een nikkelallergie. Zij krijgen eczeem als er via de huid contact is met nikkelen voorwerpen. Dit effect kan worden versterkt door een inname van meer dan 0,5 mg per dag aan nikkel uit voeding.

Nikkel en milieu

De streefwaarde voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum) bedraagt (minder dan) 35 mg Ni/kg, en is tevens het maximum voor de functie wonen. De interventiewaarde (vroegere saneringswaarde) ligt op 210 mg Ni/kg bodem. In grondwater is de streefwaarde (kleiner dan) 0,015 mg Ni per liter en een interventiewaarde vanaf 0,075 mg Ni per liter.
De opname door gewassen door een hoog nikkelgehalte in de bodem wordt genormaliseerd door een hoog fulvinezuur gehalte en/of een pH hoger dan 6.5.

Koch Eurolab nikkel analyse

De nikkel analyse wordt standaard meegenomen in de uitgebreidste analysepakketten voor bodemvruchtbaarheid. De wijze waarop Koch Eurolab nikkel meet is gelijk aan de analysemethode waarop de normen voor milieu zijn vastgesteld: ontsluiting volgens NEN-ISO 6961:2014. Hiermee worden alle vormen van relevant nikkel bepaald. Het nikkel echter dat is ingesloten in kwarts en kleimineralen wordt bij deze analyse niet meegenomen (daarom heet het “semi-totaal”). Dit in het bodemskelet ingesloten nikkel is minder relevant in de bodem, het kan op verzoek wel worden geanalyseerd, maar dan met een andere techniek.

Laatst gewijzigd: 28/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab