Molybdeen

 

Molybdeen  in het kort:

Chemisch symbool

:Mo
Te laag gehalte:functioneren planten en sommige organismen binnen het bodemleven wordt minder. Vooral bij vlinderbloemigen wordt stikstofopname beperkt.
Te hoog gehalte:vergeling van gewassen, uitval
meststoffen:er zitten sporen in organische meststoffen, natriummolybdaat (bevat 40% zuiver molybdeen), ook andere molybdaat bevattende stoffen  kunnen voldoen als molybdeenbemesting, zoals ammoniummolybdaat etc.

Spoorelement

Molybdeen is een essentieel spoorelement. Zonder molybdeen kan een plant niet groeien. Het element molybdeen is betrokken bij de vorming van diverse essentiële enzymen in de plant. Deze enzymen spelen een rol bij de eiwitvorming in de plant. Verder is molybdeen nodig bij de binding van luchtstikstof door vlinderbloemige gewassen. Molybdeen wordt bij een te lage pH slecht opneembaar voor de plant. Een teveel aan molybdeen veroorzaakt kopergebrek en leidt tot vergeling van het gewas. Molybdeengebrek toont zich in de jongste bladeren. Deze bladeren blijven te klein, krullen om of verdrogen. Ook komt paarsverkleuring voor. Voor de beoordeling van het gehalte aan molybdeen wordt verwezen naar de analyselijst.  Er is een klein verschil tussen een tekort aan molybdeen en een overmaat(schade) door molybdeen. Bemest daarom alleen met een speciale molybdeenmeststof op basis van een bodemanalyse.

Molybdeen en het bemestingsadvies:

Bij siertuin wordt alleen bij extreem lage gehaltes aan molybdeen in de bodem een bemesting met molybdeen geadviseerd, niet voor alle (sier)gewassen is molybdeen echt noodzakelijk.  Rozen, gerbera, anjer, gladiolen en hortensia zijn speciaal dankbaar voor een goede molybdeenvoorziening in de bodem.

Bij grasvelden wordt molybdeen niet standaard geadviseerd, ook niet bij zeer lage gehaltes ervan in de bodem. Wanneer er ook klaver dient te groeien in het gras voor onder meer de stikstofvoorziening is het wel beter om, indien de bodemanalyse een laag molybdeen aanwijst, toch een molybdeenbemesting toe te passen in de orde van grootte van 10 gram per 100 m2. Vlinderbloemigen zoals klaver hebben perse molybdeen nodig als katalysator bij de stikstofbinding.

Bij bomen zijn het vooral de vlinderbloemige bomen zoals acacia, christusdoorn en mimosa die dankbaar zijn voor een voldoende molybdeen voorziening.

Hoe moet de bemesting worden uitgevoerd praktisch gezien?

Spoorelementen oplossen in water geeft de beste verdeling. De hoeveelheid spoorelementen die moet worden gedoseerd is veelal erg klein. De te geven hoeveel­heid aan koper-, borium-, kobalt-, molybdeen-, zink-meststoffen liggen normaliter in de orde van 50-300 gram per te bemesten oppervlak van 100m2. Dit is lastig te verdelen. Soms werkt het om ze te mengen met andere meststoffen, maar meestal leidt ook dit tot ongelijke verdeling over de grond. Dit geldt ook voor de truc van het mengen met zand. Het beste resultaat wordt verkregen wanneer een 0,25% oplossing wordt gemaakt in warm leidingwater 50-60°C. De hogere temperatuur is gewenst om het proces van oplossen van de spoorelementmeststoffen te verbeteren.  Laat het water afkoelen en verdeel het met een gieter met broeskop gelijkmatig over de grond. Indien gewassen worden geraakt: spoel deze voor de zekerheid na met "schoon" water, maar de concentratie van 0,25% is vaak voldoende laag om schade te voorkomen. 0,25% Betekent: 25 gram meststof oplossen in 10 liter water. Bij molybdeen (bijv. natriummolybdaat) kan echter beter met maximaal 10 gram op 10 liter worden gewerkt.

Meerdere spoorelementen kunnen ten behoeve van een bladbemesting eventueel met elkaar worden gemengd indien maar ruim water wordt gebruikt. Dit hangt wel van de vorm af waarin de spoorelementen worden toegediend. Sommige vormen kunnen met elkaar reageren zoals diverse metaalsulfaten of -chloriden kunnen reageren met bijv. molybdaat meststoffen.   

Meer algemene details over molybdeen:

Molybdeen is als scheikundig element ontdekt door Carl William Scheele in Zweden in 1778. De naam is afgeleid van molubdaina, het Griekse woord voor lood of op lood gelijkende stoffen. De naam is gegeven vanwege de sterke - uiterlijke - overeen­komst van molybdeenglans met lood. Bovendien was dit erts, evenals lood, bruikbaar als schrijfge­rei.

Atoomnummer 42, molgewicht Mo = 95,94 en heeft als zuiver element een zilverachtig uiterlijk en een smeltpunt van 2610 oC en een kookpunt van 5560 oC.  Molybdeen wordt veelal gewonnen uit molydeniet . 1,2.10-4 % van de aardkost (tot 16 km diepte) bestaat uit molybdeen; het is het 58e element in rangorde van voorkomen. De belangrijkste wingebieden liggen in de Verenigde Staten van Amerika (Colora­do), Canada, Chili, Peru, Mexico, Noorwe­gen en Duitsland. Molybdeen wordt zowel gewonnen uit molybdeenertsen als uit restanten bij de productie van wolfraam en koper. Molybdeen wordt op verschillende manieren bereid: (1) door het erts na een aantal fysische bewerkingen te roosten en het verkregen trioxide te reduceren met koolstof, water­stof of ammoniak. (2) door het erts te smelten met soda, waarbij Na2­MoO4 ont­staat. Door toevoe­gen van zuur ontstaat het  trioxide, dat vervolgens wordt gereduceerd. (3)  door uit het erts verkregen zouten op te lossen in ammoni­a, waarbij - afhankelijk van de omstandig­ heden - (NH42Mo2O7 of (NH4)6Mo7O24 ontstaat, dat na zuiveren wordt gereduceerd met waterstof. De wereldproductie bedraagt ongeveer 125.000 ton per jaar. 

De belangrijkste molybdeen mineralen zijn:

 ferrimolybdiet

 Fe+3(MoO4)3.8H2O

 molybdeniet of molybdeenglans

 MoS2

 powelliet

 CaMoO4

 wulfeniet

 PbMoO4

Laatst gewijzigd: 28/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab