Mangaan in bodem en plant

spoorelement

Mangaan is een vooraanstaand spoorelement dat als katalysator nodig is voor celmembranen en de vorming van chloroplasten. Ernstig mangaangebrek geeft, net als ijzer- of magnesiumgebrek, een geelgroene kleur tussen de bladnerven. Dit heet bladontkleuring oftewel chlorose. Bij een tekort aan onder andere de bovengenoemde spoorelementen wordt de productie van bladgroen (chlorofyl) geremd. Ook de aanmaak van caroteen (provitamine A) wordt door een tekort aan mangaan fors geremd. Rivierkleigronden bevatten over het algemeen meer mangaan dan andere gronden. Appel, peer, kers, pruim, citrus, kleinfruit, peulvruchten, tomaten en andere gewassen zijn gevoelig voor mangaangebrek.

Mangaan  in het kort:

Chemisch symbool

:Mn
Te laag gehalte:gedeeltelijke chlorose (= bladontkleuring)
Te hoog gehalte:paarse vlekjes die later indrogen of necrotisch worden
meststoffen:mangaansulfaat, mangaanchelaat, spoorelementmix

 

Onze mangaananalyses:

In ons laboratorium worden twee fracties van mangaan geanalyseerd. De eerste analyse bevat het gereduceerde, oplosbare deel van het mangaan in de bodem. De tweede analyse neemt bovendien het deel mangaan mee dat als voor sommige wortelsappen bereikbare hoeveelheid mangaan. Voor de beoordeling van het mangaancijfer verwijzen wij naar de analyselijst.

Mangaanbemesting

Bij een pH boven de 6,5-7,0 komt vaker mangaangebrek voor. Een bemesting met mangaan in een bodem met een hoge pH heeft geen zin. Alleen een bladbespuiting met mangaanchelaat of mangaansulfaat of een spoorelementmix heeft dan zin. Het uitwisselbaar mangaan is ook deels opneembaar voor de plant, maar niet iedere plant kan even goed putten uit deze iets minder goed bereikbare mangaanreserve. Mangaan kan zich redelijk goed door de plant bewegen. Mangaangebrek toont zich meestal eerst in de oudere bladeren van een plant.

Bladontkleuring

Bladontkleuring kan naast een tekort aan elementen zoals mangaan, magnesium of ijzer ook andere oorzaken hebben. Virusaantastingen, spint en opname van bestrijdingsmiddelen kan een min of meer vergelijkbaar effect hebben.  Bij twijfel kan door een chemisch bladonderzoek een gebrekverschijnsel worden vastgesteld.

Mangaan en zuurstof

Het biologisch leven in de grond  bevat mangaan vrijmakende bacteriën en mangaan vastleggende bacteriën. Vastgelegd mangaan bevat elektronen die als het ware zuurstof kunnen vervangen (reductie-oxidatie processen). Wanneer er veel zuurstof in de bodem beschikbaar is wordt mangaan vastgelegd (als Mn IV). Omgekeerd wordt bij weinig zuurstof in de grond het mangaan in een meer oplosbare vorm (Mn II) gebracht. Het blijkt dat een goede bodembewerking in veel gevallen al na enkele weken/maanden een verlaagd opneembaar mangaangetal laat zien.

Een hoog 'mangaan opneembaar'-getal is derhalve een indicator voor een lage beschikbaarheid aan zuurstof. Enkele maanden nadat er weer voldoende zuurstof beschikbaar is, wordt het cijfer vanzelf weer lager. Onder een pH van 5.1 is het gehalte opneembaar mangaan al hoger; het is dan geen goede indicator meer van de zuurstofbeschikbaarheid in de bodem. Naarmate de pH van de bodem verder boven de pH 6.0 komt wordt het mangaan steeds slechter opneembaar. Hier kan een laag mangaangehalte toch met een lage zuurstofbeschikbaarheid samengaan. Zie ook: het artikel over zuurstof(vermogen).

Laatst gewijzigd: 20/10/2015
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2016, Koch - Eurolab