Koper in bodem en plant

spoorelement / zwaar metaal

Het in deze analyse bepaalde kopergehalte is de hoeveelheid opneembare koper in de grond. Koper is een belangrijk spoorelement voor mens, dier en plant. Wanneer de plant onvoldoende koper opneemt zal ook de consument van het gewas, mens of vee, te weinig koper binnenkrijgen.

Tekort aan koper:

Een hoog ijzer-, aluminium-, mangaan- en/of kalkgehalte belemmert de koperopname door de plant. Koper is het meest gewenst door:  ui, spinazie, citrus, klaver, luzerne, sla, rode biet, wortel, tabak, azalea's, camelia, chrysanten, gerbera, anjer, primula (obconia) rododendron, zinnia. Elk gewas heeft zo zijn eigen reacties: de rode beuk en haagbeuk krijgen een vuilgroene kleur en jonge bladeren ontwikkelen bladontkleuring en lichte necrose (plekjes die afsterven) De toppen sterven af en korte zijscheuten ontstaan. Populieren krijgen een zwartige bladkleur en bij de ratelpopulier verschijnen grote bruinachtige vlekken. In gras, klaver en luzerne voor ruwvoeder is een voldoende kopertoestand niet alleen voor de groei, maar ook voor de gezondheid van het vee noodzakelijk.

Koper is betrokken bij omzettingen van organische stof in de bodem. Behalve uit bemestingsoogpunt is een redelijk kopergehalte dan ook gewenst voor bodemprocessen.

Adres voor kleine hoeveelheden kopermeststof (koperchelaat):  webshop www.borms.eu >>>

Milieu

Een te hoog kopergehalte kan een indicatie zijn voor bredere milieuverontreiniging. In sommige gevallen is nader onderzoek gewenst. Een ruim of hoog kopergehalte beschadigt het bodemleven in de grond. Bij een beoordeling ruim en hoger is het weiden van schapen, met name van het type Tesselaars, op die grond gevaarlijk

Koper  in het kort:

Chemisch symbool

: Cu
Te laag gehalte : gebrekverschijnselen, met name aan de top van planten en aan blad, lagere opbrengst/groei
Te hoog gehalte : schadelijk voor bodemleven en opname andere (spoor)elementen
meststoffen : kopersulfaat, koperchelaat (Cu-EDTA)

 

Hoe moet de bemesting worden uitgevoerd, praktisch gezien?

De hoeveelheid spoorelementen die moet worden gedoseerd is veelal erg klein. De te geven hoeveel­heid aan koper-, borium-, kobalt-, molybdeen-, zink-meststoffen liggen normaliter in de orde van 50-300 gram per te bemesten oppervlak van 100m2. Dit is lastig te verdelen. Om dan toch een goede verdeling over de grond aan te brengen kunnen spoorelementen opgelost worden in water en dan over de grond bespuiten. . Soms werkt het om ze te mengen met andere meststoffen, maar meestal leidt ook dit tot ongelijke verdeling over de grond. Dit geldt ook voor de truc van het mengen met zand. Het beste resultaat wordt verkregen wanneer een 0,25% oplossing wordt gemaakt in warm leidingwater 50-60°C. De hogere temperatuur is gewenst om het proces van oplossen van de spoorelementmeststoffen te verbeteren.  Laat het water afkoelen en verdeel het met een gieter met broeskop gelijkmatig over de grond. Indien gewassen worden geraakt: spoel deze voor de zekerheid na met "schoon" water, maar de concentratie van 0,25% is vaak voldoende laag om schade te voorkomen. 0,25% Betekent: 25 gram meststof oplossen in 10 liter water. Bij molybdeen (bijv. natriummolybdaat) kan echter het beste altijd met 10 gram op 10 liter worden gewerkt.

Meerdere spoorelementen mogen eventueel met elkaar worden gemengd indien maar ruim water wordt gebruikt. In totaal niet meer dan 25 gram meststof per 10 liter oplossen.

Meer algemene details over koper

De naam is afgeleid van het Latijnse woord Cyprium, later verkort tot cuprum (of het Griekse woord kupros). Beide woorden zijn afgeleid van Cypres of Cyprus, de voor­naam­ste vindplaats van kopererts in de Oudheid (ca. 6.000 jaar geleden). Het eiland kreeg deze naam door de talrijke cipresbomen die er groeiden. Koper is, met goud, het element dat het langst bekend is.  In de oudheid werd koper uit koperertsen gemaakt in het gebied van Israël tot de Perzische Golf. De oude Egyptenaren hadden hun kopermijnen in het gebied van de huidige Negev-woestijn. In Iran zijn ca. 6.000 jaar oude potten gevonden waarin koper werd gesmolten.

De oudste kopermijnen in Europa (ca. 6.000 jaar oud) zijn in het voormalige Joegoslavië (bij de stad Nis) en in Helgoland gevon­den. In de dertiende tot vijftiende eeuw werd ook in België (Maasvallei, Dinant) koper en brons geproduceerd. De oude Egyptenaren gebruikten het kopererts om glas te kleuren (Egyptisch blauw).

De belangrijkste wingebieden voor koperhoudende ertsen (met name borniet en koperkies) liggen in Chili, de Verenigde Staten van Amerika (Arizona, Utah, Rocky­ Mountains), Rusland (Petsamo, Oeral), Kazachstan, Canada (Sudbury), Democratische Republiek Congo, Polen, China, Peru, Mexico, Australië, Papoea-Nieuw-Guinea, de Filipijnen, Zuid-Afrika, Zambia en Japan. Gedegen koper komt voornamelijk voor in de Verenigde Staten van Amerika en Rusland (Oeral). De zogenoemde mangaanknollen op de oceaanbodem bevatten ongeveer 0,5 % koper. De totale voorraad koper in deze knollen wordt geschat op 1010 - 1012 ton.  0,0060 % van de aardkost (tot 16 km diepte) bestaat uit koper; het is het 29e element in rangorde van voorkomen. In sommige gevallen worden de koperverbindingen gereduceerd met koolstof / koolmonoxide of met waterstof.  Het gevormde koper is ca. 98 % zuiver. Zuiver koper kan worden verkregen door het ruwe koper als anode te gebruiken en te elektrolyseren in een kopersul­faatoplossing. Aan de kathode wordt zeer zuiver koper gevormd (> 99,95 %). Uit het anodeslib worden diverse andere metalen ge­wonnen, o.a. zilver, goud, metalen van de platina-groep, molybdeen, kobalt, nikkel, seleen en telluur.  Een nieuwe methode, die momenteel wordt uitge­test, is het vrijmaken van koper uit ertsen met behulp van bacteriën. In de praktijk wordt weinig zuiver koper gebruikt. Meestal zijn het koperlegeringen zoals brons (koper met tin - tot 30 %), mes­sing of geel koper (koper met zink - tot 40 %) en Monel®-metaal (koper met nikkel).  Koper zelf is zacht - een eigenschap waarvan veel gebruik gemaakt wordt - en kan harder gemaakt worden door toevoe­gen van arseen of antimoon. Toevoegen van telluur verbetert de bewerking van koper(legeringen), vooral het verspanen; men spreekt in dit geval van 'automaten­ko­per'.  De wereldproductie bedraagt ongeveer 10 miljoen ton per jaar. Een behoorlijk deel hiervan (ca. 40 %) wordt verkre­gen via recy­cling van gebruikt koper. In volume is koper de derde belangrijkste metaalindustrie na ijzer en aluminium.

Men treft het zowel in gedegen toestand (als metaal) aan, als in ver­bindingen. Er is een zeer grote verschei­denheid aan koper­mineralen. De belang­rijkste zijn:

antacamiet

 Cu2Cl(OH)3

azuriet of koperazuur

 Cu3(CO3)2(­OH)2

berzelianiet

 Cu2Se

borniet

 Cu5FeS4

bournoniet of zwarte spiesglans

 CuPbSbS3

chalcanthiet

 CuSO4.5H2O

chalcopy­riet of koperkies

 CuFeS2

chalcosien of koperglans

 Cu2S

chrysocolla

 (Cu,Al)2H2Si2­O5(OH)4.n­H2O

covellien

 CuS

cupriet

 Cu2O

dioptaas of kopersmaragd

 CuSiO2(OH)

domeykiet

 Cu3As

enargiet

 Cu3AsS4

malachiet

 Cu2CO3(OH)2

pseudo-malachiet

 Cu5(PO4)2(OH)4

tennantiet

 (Cu,Fe,Ag,Sn)12 As4S13

tenoriet

 CuO

 tetraëdriet

 (Cu,Fe,Ag,Sn)12 Sb4S13

Laatst gewijzigd: 08/12/2015
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2016, Koch - Eurolab