Fosfor / Fosfaat in bodem en gewas

 

Fosfor/Fosfaat in het kort:
Fosfor:P
Fosfaat in meststoffen wordt uitgedrukt als:P2O5  (fosforzuuranhydride)
Fosfaat te laag:beworteling en groei slecht, soms paarsverkleuring van het gewas
Fosfaat te hoog:dit kan gebrek van diverse spoorelementen opleveren
Fosfaatmeststoffen:vooral organische mest, maar ook natuurfosfaat, tripelsuperfosfaat, thomasslakkenmeel en mengmeststoffen (bijv. NP 26+14)

hoofdvoedingselement

Fosfor is in de bodem in vele gedaanten aanwezig. Een belangrijk deel is in de organische stof / humus van de bodem ingesloten, onder meer als onderdeel van eiwitten. Fosfaat is weinig oplosbaar, planten kunnen het actief vrij maken uit de bodemvoorraad. De hoeveelheid fosfaat die gemakkelijk door de plant uit de bodem kan worden opgenomen is veel minder dan het totaal voor de plant bereikbare fosfaat. Verder is er ook vaak fosfaat in de bodem aanwezig in voor de plant zeer slecht of niet opneembare verbindingen.

Het vrijmaken van fosfaat voor de plant gebeurt in de bodem globaal op 3 manieren:

  • - Vrijmaken / in de bodemoplossing brengen van fosfaat door diverse vormen van bodemleven zoals bacteriën, schimmels en fosfatase enzymen.
  • - Vrijmaken uit de bodem door afscheiding van stoffen, zoals organische zuren, door plantenwortels. Niet iedere plant heeft in dezelfde mate die capaciteit. 
  •  Vrijmaken doordat wortelschimmels (mycorrhiza's) lastig opneembaar fosfaat  opnemen en doorgeven aan de plantenwortel (alleen bij zeer lage fosfaatbeschikbaarheid).

Fosfaat wordt door de bodem sterk gebonden

Strooien we de fosfaathoudende mest boven op de grond -dit geldt vooral voor minerale fosfaatmeststoffen zoals natuurfosfaat en tripelsuperfosfaat- dan wordt het fosfaat zodra dit oplost en in de bodemoplossing terecht komt zeer snel weer aan de bodem gebonden. Strooien we fosfaat boven op de grond, dan dringt deze slechts  1-3 cm diep de grond in. De beworteling (zie plaatje rechtsboven) is sterk gericht op fosfaat, de wortels zoeken als het ware het fosfaat op.

De wortels blijven daardoor bovenin en bereiken de andere voedingsstoffen onvoldoende. De wijze van bemesten bij fosfaat is dus maatgevend voor het resultaat. In geval van een slecht functionerend grasland met een zeer lage fosfaattoestand verdient het de aanbeveling om herinzaai te overwegen. Hierbij kan het fosfaat door de gehele teeltlaag van 0-25 cm diepte worden gewerkt. Dit geldt overigens ook voor de bemesting met kalk, dat zelf slecht oplosbaar is en daarom goed door de grond moet worden verdeeld.

Natuurfosfaat

Natuurfosfaat heeft - in tegenstelling tot tripelsuperfosfaat  - de eigenschap dat het niet direct oplost. Anders zou in het bodemvocht ineens een veel te hoge grote concentratie aan fosfaat worden aangebracht. Hierdoor worden sommige bodemprocessen verstoord. Met natuurfosfaat is het mogelijk hiermee een grotere dosis fosfaat ineens als voorraad aan te brengen. Dit heeft echter alleen zin wanneer de pH van de bodem onder de 6.4 is en er niet al een grote reserve (= meer dan 1 ton / ha) aan fosfaat anorganisch in de bodem aanwezig is. Bij de bodemanalyse van pakket bodem (A, B of C) worden deze gehaltes vermeld in de analyselijst.

Tripelsuperfosfaat

Natuurfosfaat geeft dus niet altijd voldoende effect zoals bij een hoge pH, of wanneer er al veel anorganisch fosfaat in de bodem opgeslagen is. Daarom kan in sommige situaties toch beter worden gekozen voor een goed oplosbare fosfaatmeststof. Soms worden door ons beide fosfaatmeststoffen naast elkaar geadviseerd.

Fosfaatfixatie

Hoge gehalten aan onder meer actief ijzer en aluminium in de bodem hebben een negatief effect op de opneembaarheid van fosfaat. Dit komt doordat er zeer slecht afbreekbare en onoplosbare zouten ontstaan. Deze zijn door een plantenwortel niet meer op te nemen. De hoeveelheid direct opneembaar fosfaat wordt door fixatie voortdurend afgeroomd, waardoor fosfaattekort kan ontstaan zonder dat er een gebrek aan fosfaatvoorraad in de bodem is. Hierom bepaalt Koch - Eurolab meerdere vormen fosfaat in de bodem om te zien welke vormen van fosfaat beschikbaar zijn. Zo kunnen we zien welke maatregelen aan de fosfaattoestand van de bodem het effectiefst zijn.

Fosfaatbepalingen:

Fosfaat opneembaar
Het direct opneembare fosfaat is een duidelijke aanwijzing voor de hoeveelheid fosfaat door de plant.
Fosfaat opneembaar (plant beschikbare hoeveelheid (bepaling in pakket bodem (A, B of C), calciumchloride methode vgl PAE) uitgedrukt in mg P2O5 per 100 gram droge grond. Vertalen naar PAE in mgP/kg is vermenigvuldigen met 4,36) voorbeeld  getal Eurolab P-opneembaar 0,3 omzetten naar PAE wordt  1,31 mg P kg.

Pw getal.
Zegt veel minder dan het fosfaat opneembaar getal iets over de beschikbaarheid van het fosfaat voor de plant. Deze ook analytisch zwakke parameter heeft zijn langste tijd gehad, maar wordt soms in wetgeving wel voorgeschreven. Voor die doeleinden wordt door ons, technisch gezien niet van harte, dit getal bepaald. Er zijn wel duidelijke overeenkomsten met het analytisch zeer sterke P-AL getal.

P-AL getal
Deze fosfaatbepalingsmethode geeft de reserve aan fosfaat in de grond aan welke op termijn opneembaar kan worden.

P-Totaal
Om te bepalen wat het aandeel organische en anorganisch fosfaat is wordt bij pakket bodem (A, B of C) de totale hoeveelheid fosfaat bepaald. Uit berekeningen volgen dan het fosfaat organisch en anorganisch.  Het nut hiervan is dat een beter inzicht wordt verkregen welke fosfaatmeststoffen wel en niet zullen werken op deze bodem. Deze conclusie wordt verwerkt in het praktische advies en leidt tot aanbeveling van onder meer de juiste soort meststoffen.

Laatst gewijzigd: 06/04/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2016, Koch - Eurolab