Natuurlijke toxinen in de melkveehouderij

 

Problemen met pensverzuring, melkproductie de conditie van de dieren, weerstand, onverteerde delen in de mest, diarree en klauwproblemen kunnen samenhangen met de activiteit van toxinen in de koe al of niet afkomstig uit voeders. Op de langere duur kunnen slijtersverschijnselen optreden bij melkvee.  Bij kalveren en melkgeiten ook wat sneller direct uitval.


WELKE TOXINEN

Er zijn tal van giftige stoffen (toxinen)  die een rol spelen bij de gezondheid van vee. Schimmels scheiden mycotoxinen af, maar ook bacteriën kunnen sterke toxinen produceren.  Er zijn veel schimmels, en bacteriën met elk verschillende toxinen. Niet alle schimmels echter scheiden toxinen af. Uit deze lange lijst zijn er toxinen die veelvuldig worden gevonden en op korte of lange termijn schadelijk zijn voor melkvee, maar ook toxinen die voor melkvee een beperkte rol spelen. De kunst is om uit deze kluwen van toxinen verwekkers en soorten toxinen die toxinen te vinden die op uw melkveehouderij de productie en gezondheid negatief beïnvloeden. En eenmaal de juiste toxinen verwekker gevonden, is het de kunst om met zo min mogelijk kosten de problematiek te lijf te gaan. 

ANALYSEPAKKETTEN OVERZICHT   (IN BEWERKING)

de "Bekende Toxinen":
De mycotoxinen uit de schimmel fusarium:  DON, ZEN of ZEA, T2 en Fumonisine zijn al bekend, zij komen veelvuldig in granen voor, en zijn voor varkenshouderij zeker relevant, maar in de melkveehouderij praktijk zijn deze toxinen van minder belang. Het rund heeft door zijn krachtige pens een lagere gevoeligheid voor DON omdat die voor 25-75% kan worden afgebroken in de pens. Deze bekende mycotoxinen worden wel in ruwvoeders aangetroffen, maar slechts in beperkte hoeveelheden. Koch Eurolab biedt de mogelijkheid aan (voeder) monsters op "bekende toxinen" te laten onderzoeken, bijvoorbeeld als een optiepakketje. Dit kan nuttig zijn voor granen, (korrel)mais, en afgeleide producten zoals tarwegistconcentraat, maisgluten etc. Via de grond kunnen fusariumschimmels zich uitbreiden over gewassen zoals gras, maïs e.d. Afhankelijk van de bodemkwaliteit kunnen deze schimmels zich dan meer of minder in de bodem handhaven. Er kan dus al een besmetting van een of meer fusariumsoorten in de bodem aanwezig zijn. De aanwezigheid van fusarium in de bodem wordt gestimuleerd door een slechte en natte bodemstructuur. Het fusarium overleeft vaak het kuilproces niet. Derhalve is onderzoek op de gevormde toxinen de aangewezen weg. Op een maïskuil kunnen we de fusarium schimmel relatief gemakkelijk herkennen: op het snijvlak vormen zich wit schimmel pluis met een roze "hartje"

Endofyten en Lolitrem
Graszaadhooi kan endofyten bevatten, zoals de symbiotische schimmel Neotyphodium lolli, welke het toxine lolitrem-B kan produceren. Of dit in het raaigras ontstaat, hangt af van de genetische eigenschappen van het graszaadhooi.  Graszaadfirma’s vermelden in de teeltovereenkomst of het betreffende product endofyten bevat. Een KKC-foerage handelaar controleert voor de aankoop van graszaadhooi bij de akkerbouwer of de grassoort endofyten bevat, de akkerbouwer dient de telerovereenkomst te ondertekenen. Onderzoek op het lolitrem toxine kan desgewenst door ons worden uitgevoerd, maar zou niet nodig zijn als er gecertificeerd graszaadhooi wordt aangeschaft.  Verschijnselen die optreden bij een lolitrem vergiftiging zijn op en neer bewegen van de kop, moeilijk kunnen lopen en meer. Risico neemt toe vanaf een gehalte van ca 1,8 mg lolitrem-B per kg voeder.

Exotoxinen
Clostridium bacteriën kunnen exotoxinen produceren. Bijvoorbeeld zenuwgif via botulisme (Clostridium botilinum) en het lecithinase toxine door Clostridium Perfringens die door groei van bacteriën worden afgescheiden. De toxinen zijn al in relatief kleine hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid en de productie van de dieren. In de basis analysepakketten voor  voeder- en feces is de analyse naar Clostridium Perfringens en botilinum inbegrepen.

Aspergillus (toxinen) blijkt verreweg de grootste bedreiging:
Ook uit recent onderzoek (2014 *) blijkt aspergillus in het spijsverteringsstelsel van het dier (vastgesteld middels fecesanalyse), en in het voergootmengsel bij ca. 35% van de melkveehouderijen een relevant probleem, te zijn. Enkele  aspergillus soorten scheidt onder meer gliotoxine uit, een super(myco)toxine. Dit toxine beschadigt de darmwand en verlaagt de weerstand tegen ziekten. Dit supertoxine blijkt een sluipmoordenaar die langzaam maar zeker de weerstand en daarmee de gezondheid van het dier ondermijnt. Geregelde check op  (gewijzigde) voergootmengsels en fecesonderzoek na elke rantsoen wijziging zijn noodzakelijk om deze toxine op afstand te houden.  De analyse op de aanwezigheid van aspergillus in feces en voer zit in zowel het kleine, het basis als het uitgebreide analysepakket. Aspergillus schimmels laten zich meestal niet goed herkennen op een graskuil, naast dat deze ook bij sterke besmetting vaak niet zichtbaar is, en als deze wel zichtbaar is, niet met het blote oog van andere soorten schimmels is te onderscheiden. 


Voorkomen van problemen door goede kringlooplandbouw

Ook de bodemgezondheid lijkt een rol te spelen bij de kringloop van toxinen in het bedrijf. Er lijkt een relatie te zijn tussen percelen met een slechte zuurstofhuishouding en de aanwezigheid van broeivormende bacteriën, aspergillus en antimicrobiële activiteit in ruwvoeders.  Hoewel we de druk van toxinen binnen een melkveehouderijbedrijf hierdoor wel deels kunnen minimaliseren, is het echter een illusie dat we door een perfecte bodemvruchtbaarheid verlost zijn van de aspergillus. Deze schimmel is zo wijd verspreid, en komt ook standaard in de binnen-en buitenlucht voor. Hierdoor kan besmetting optreden. Uit onderzoek bij melkvee, op honderden  willekeurig bemonsterde bedrijven, blijkt dat aspergillus bij verreweg de meeste melkveehouderijen onderdeel uitmaakt van de pensflora. Zodra het rantsoen net niet nauwkeurig in elkaar zit, ontstaat de gelegenheid voor aspergillus om levend de pens te verlaten en via de volgende magen te ontsnappen en terecht te komen in de darmen. Het is juist de samenstelling van de darminhoud die maakt dat de aspergillus zo snel kan groeien dat deze zowel enerzijds darmontsteking kunnen veroorzaken anderzijds worden er toxinen aangemaakt. Dit effect is simpel vast te stellen door middel van ëën  feces mengmonster per stal te analyseren.  Dus ook wanneer het ruwvoeder  geen aspergillus bevat ligt toch een aspergillus besmetting in de darmen op de loer met alle gevolgen zoals darmontsteking en opname van onder meer het supertoxine in het dier. Zie ook het artikel speciaal over aspergillus>>.

TOXINEN IN MELKVEEHOUDERIJ, OVERZICHT

BODEM

Aspergillussoorten, enterobacteriën, clostridia en overige bacteriën en overige schadelijke schimmels

GRAS, MAIS, GPS

Afhankelijk van bodemkwaliteit, weersomstandigheden,  besmetting met  schimmels en bacteriën.

IN DE KUIL

Doorgroei van schimmels en bacteriën; ook toxinevorming tijdens opslag door enting met bodemdeeltjes. vorming van (natuurlijke) antimicrobiële en antibiotische stoffen

 

VOEDERSNELHEID

Luchttoetreding laat in de opslag schimmels groeien. Gevaar voor toename toxinen-verwekkers en toxinen

KRACHTVOER

ruwvoeder en bijproducten hebben een duidelijk hoger risico voor aanwezigheid van toxineverwekkers en toxinen, dan  krachtvoeders, waar het incidenteel; voorkomt.

PENS

Een goede penswerking zorgt voor een flinke afbraak van sommige mycotoxinen en schadelijke bacteriën

DARMEN

Darmflora kan Aspergillus soorten en Clostridia met hun toxinen produceren als deze darminhoud iets te veel onverteerd eiwit bevat. Dit kan bijv. ook door matige pens werking door antimicrobiële activiteit.

MELK

Schone mest verlaagt de mate van infectie met bacteriën binnen een veehouderijbedrijf. Het heeft ook effect op het celgetal in de melk. Een betere weerstand vermindert het celgetal.

MEST

De met de mest  uitgescheiden toxinen verwekkers blijven leven in de mestopslag en komen weer in het land.

 

KUILPROCESSEN
Hoewel er al veel onderzoek is verricht op kuilen, is er nog veel onbekend waar het gaat om toxinen en het ontstaan van antimicrobiële (en antibiotische) stoffen in een kuil.  Een voldoende lage pH blijkt weinig effect te hebben op de groei en aanwezigheid van aspergillus, candida en penicillinium roquefortine. Derhalve zijn de gebruikelijke inkuilmiddelen, welke een kuil zuurder maken, niet de volledige oplossing.

Voergootmengsel analyse efficiënt
Omdat dit efficiënter, gemakkelijker en goedkoper is wordt niet zozeer geadviseerd elke kuil (apart) te onderzoeken op de aanwezigheid van toxinen en toxinen verwekkers, maar het voergootmengsel in zijn totaliteit. Pas wanneer blijkt dat er een hoge besmetting is met een relevante toxinen verwekkend organisme, wordt in tweede instantie elk voeder apart onderzocht op alleen de betreffende besmetting. Hiervoor is een apart analysepakket waardoor u tegen een verlaagd tarief deze uitsplitsing van een ernstig besmet voergootmengsel kan laten onderzoeken. Het voeder dat blijkt de aanstichter van de besmetting te zijn,  is dan in de regel dermate besmet,  dat dit moet worden gezien als een volledig ongeschikt voeder.

penicillium roquefortine groep
Soms kunnen we groenblauwe plekken (ballen) in kuilvoer aantreffen. Deze ballen kunnen klein of groot zijn. Dit is de schimmel penicillium roquefortine, die matig giftige toxinen uitscheidt en de spijsvertering negatief beïnvloedt. Hierdoor kan pensverzuring en/of diarree ontstaan. Het bemonsteren van ruwvoeders kan het efficiëntst gebeuren door het voerhek te bemonsteren, op die wijze hoeft niet elk ruwvoeder apart worden geanalyseerd. Indien toch kuilen bemonsterd worden,  adviseren om de vroege kuilen pas na 1 augustus te laten bemonsteren en zo mogelijk veel later. Voor alle soorten kuilonderzoek geldt dat minimaal de eerste 6-8 weken een kuil nog instabiel is.

Mycotoxine
Producerende schimmel
Levensmiddelen
Mogelijk toxische effecten op dieren
Mogelijk toxische effecten op de mens
Trichothecenen

- T-2 toxine

- Deoxynivalenol (DON) of vomitoxine

Fusarium tricinctum

Fusarium sporotrichioides

Fusarium graminearum

maïs, veevoeder, hooi, aardnoten, rijst,
tarwe, maïs, kuilgras

problemen met spijsvertering, groei, vruchtbaarheid, weerstand tegen ziekten, melkproductie en voederefficiëntie; uitval, (bloedende) diarree, overgeven en zwellen vrouwelijke geslachtsorganen

Neurotoxisch (dermatoxisch)

Zearalenone Fusarium graminearum maïs, granen , hooi, kuilgras problemen met spijsvertering, groei, eier- of melkproductie, voederefficiëntie, weerstand tegen ziekten; uitval, diarree, overgeven, zenuwen genitotoxisch, mutageen
Fumonisine B1 en andere fumonisinen Fusarium moniliforme maïs, sorghum   nefrotoxisch, neurotoxisch, mogelijk carcinogeen, respiratorische aandoeningen
Aflatoxine
B1, B2, G1, G2
Aspergillus flavus, Aspergillus parasiticus aardnoten, maïs, oliezaden   carcinogeen, hepatotoxisch, mutageen, teratogeen
Aflatoxine M1 secundaire contaminatie (via veevoeder) melk en zuivelproducten   carcinogeen, hepatotoxisch, mutageen, teratogeen
Citrinine Penicillium citrinum gerst, maïs, rijst en walnoten   nefrotoxisch, mutageen, mogelijk carcinogeen
Ergotalkaloïden Claviceps purpurea (moederkoren) rijst, sorghum   Neurotoxisch
Gliotoxine Aspergillus fumigatus, terreus en candida albicans gras, mais, bierbostel, granen etc. etc. matige conditie, klauwafwijkingen, melkproductieverlies Weefsel beschadigend, weerstand verlagend. supertoxine
Lollitrem endofyten (niet gecertificeerd) graszaadhooi    
Luteoskyrine Penicillium islandicum rijst, sorghum   hepatotoxisch, carcinogeen, mutageen
Ochratoxine A Aspergillus ochraceus, Penicillium verrucosum granen, koffie, veevoeder, vlees (secundaire contaminatie)   nefrotoxisch, teratogeen
Patuline Penicillium expansum en andere Penicillium species appelen, andere vruchten, bonen, tarwe   neurotoxisch, mogelijk carcinogeen, mutageen
Penicillinezuur Penicillium aurantiogriseum, Penicillium fennelliae bonen, maïs   Neurotoxisch
Sterigmatocystine Aspergillus versicolor maïs, tarwe, koffie   dermatoxisch, teratogeen, mogelijk carcinogeen

 
>> Monstername-instructie voor toxinen analyses en instuurformulier>>

 



Meer info veehouderij:  Verteringsmonitor   Zea - Fumonisins - T2- toxine

 

 

Laatst gewijzigd: 24/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab