Schone grond onderzoek:  EOX in de bodem

De analyse:

In het basispakket voor NEN 5740 werd tot 1 juli 2008 onder meer het EOX gehalte geanalyseerd. EOX staat voor Extraheerbare Organo Halogenen. Halogenen zijn chloor, fluor, broom en jodium.  De analyse van EOX bepaalt het gehalte aan halogenen die organisch zijn gebonden. Organisch gebonden betekent dat de halogenen zijn opgenomen in kleinere of grotere moleculen waarin koolstof een centrale rol speelt. Dit zijn over het algemeen sterk giftige verbindingen. De analyse vindt plaats door het gehomogeniseerde monster te mengen met een oplosmiddel, in dit geval een mengsel van aceton en hexaan, dit enige tijd goed te schudden en dan in de afgescheiden vloeistof de analyse uit te voeren. Dit gebeurt nadat alle water is verwijderd uit de vloeistof door gebruik van een wateraantrekkend zout. De watervrije extractievloeistof wordt hierna verbrand bij 850 graden celcius in een atmosfeer van een mengsel van zuurstof met argon. Hierbij worden waterstofhalogeniden gevormd die coulometrisch worden getitreerd (lees: gemeten). Dit levert het gehalte aan EOX op. Het is mogelijk dat hierbij onbedoeld ook enige anorganische halogeniden worden meegenomen, vooral wanneer de grond veel chloride bevat. Soms wordt ook de term EOCl gebruikt, deze is eigenlijk gelijk aan de EOX bepaling.

Welke verbindingen zitten achter de EOX bepaling.

Het analyseresultaat kent per monster 1 uitslag, het EOX gehalte. Het is het totaal van alle EOX verbindingen die bij deze bepaling niet uitgesplitst kunnen worden. De EOX bepaling is een relatief goedkope wijze om een indruk te krijgen van het al of niet aanwezig zijn van deze giftige groep van verbindingen. Enkele bekende organohalogeen verbindingen zijn: PCB's  dioxine, organochloorbestrijdingsmiddelen. Organische verbindingen met  fluor, broom en jodium komen als bodemvervuiling veel minder vaak voor. een EOX bepaling toont daarom in de regel hoofdzakelijk organochloorverbindingen aan.. Het gaat daarbij niet alleen om relatief giftige verbindingen, maar ook natuurlijke organochloorverbindingen uit bijvoorbeeld organische stof / humus in de bodem kan het EOX gehalte beinvloeden.

 

Wat als het EOX gehalte in de bodem te hoog is?

Het EOX gehalte functioneert als een indicatie dat er mogelijk een verontreiniging met organochloor of andere organohalogenen aanwezig kan zijn. Een verhoogd gehalte aan EOX hoeft uiteindeliijk niet te betekenen dat de grond ook echt vervuild is. Indien het aangetroffen EOX alleen bestaat uit natuurlijke stoffen of alleen anorganische halogenen is er geen sprake van een vervuiling met sterk giftige stoffen. Wanneer er een verhoogd EOX gehalte wordt aangetroffen is het daarom noodzakelijk om een (duurdere) analyse op individuele organochloorverbindingen en PCB's uit te voeren. Indien deze geen aantoonbare hoeveelheid organochloor aanwijst, is de grond op dit punt alsnog als "schoon" te beoordelen. De EOX bepaling heeft dus een triggerfunctie voor nader onderzoek. Nader onderzoek is volgens NEN 5740 vereist wanneer er meer dan 3 milligram EOX per kiolo droge bodem is aangetroffen. Deze grens wordt door ons dan ook gehanteerd. Maar 3 milligram PCB of andere organochloorverbinding is een zware vervuiling waardoor de grond eigenlijk niet veilig is voor gebruik als moestuin, er zelfs schade aan gewassen in de siertuin kan optreden en kinderen kunnen door hand-en-mondgedrag en (grond)stof teveel giftige stoffen naar binnen krijgen. Daarom kan het voor iemand die zelf een woning met een stuk grond koopt toch van belang zijn om bij lagere gehaltes dan 3 milligram EOX toch te overwegen om een nadere analyse te laten uitvoeren. Hoewel door de overheid dit perceel als "licht vervuild zonder verplichting voor nader onderzoek" wordt gezien en het dus voor bouwvergunningen e.d. op zich geen probleem oplevert, kan iemand die een onroerende zaak aankoopt waarin een lichte verontreiniging met EOX is aangetoond toch een nader onderzoek wensen.

 

Hoe komen giftige organohalogeen verbindingen in de grond?

1. Door bestrijdingsmiddelen.

Niet alle bestrijdingsmiddelen bevatten organohalogenen. Met name DDT en HCH (o.m. lindaan) zijn bekende organochloor pesticiden.  DDT is vroeger onder meer veel gebruikt in fruitboomgaarden. Omdat DDT slecht afbreekt, wordt ondanks het verbod op het gebruik, vandaag aan de dag nog steeds DDT en zijn giftige afbraakproducten teruggevonden in bodems waarop voor 1975 fruit is geteeld.  Tegenwoordig zijn nog steeds vele organochloorbestrijdingsmiddelen toegestaan, maar deze hebben meestal een snellere afbraaktermijn waardoor deze meestal na ongeveer 10 jaren niet meer aantoonbaar zijn in de boden.

2. Uit afvalstoffen van productieprocessen

Bij de productie van bijvoorbeeld lindaan (= gamma-HCH) kwamen als bijproduct andere HCH verbindingen. Deze zijn tot 1975 op diverse plaatsen in de bodem terecht gekomen met name in Twenthe en in Deventer. Met name in Twente werd het bedrijfsafval met daarin de HCH op diverse landbouwpercelen gestort als slootvulling, op lage stukken grond als ophogingsmateriaal etc. Dit heeft geleid tot ziekte bij vee. Hoewel er veel is geinventariseerd rond dit probleem zijn mogelijk niet alle storten met HCH boven water gekomen.

Uiteraard zijn er veel meer organochloor dan wel organohalogenen in de bodem gekomen vanwezge andere industriele processen.

3. Uit gebruiksvoorwerpen / machines

PCB's zijn toegepast als weekmaker in kunststoffen, in verf, inkt, lak en lijm . Ook worden PCB's gebruikt in transformatoren en condensatoren en als smeermiddel. .

4. Uit sommige houtconserveermiddelen

Soms hebben deze pentachloorfenol en andere organochloorverbindingen verspreid uit producten zoals carbolineum.

5. Uit luchtverontreiniging.

Vooral de verspreiding van dioxine uit verbrandingsinstallaties is een bekende oorzaak van diffuse verontreiniging.

6. Uit verhardingsmaterialen

Gebroken puin, zeker uit de tijd dat deze nog ongecontroleerd werd ingezet als verharding of als basis voor verharding zoals onder asfalt is naast andere stoffen ook een bron van organohalogenen, waaronder zelfs dioxine.

 

Dioxine vaak niet meegenomen bij nader onderzoek EOX

Vanwege de relatief hoge kosten voor een dioxine analyse, worden relatief weinig monsters onderzocht op dioxine. Alleen wanneer er een duidelijke verdenking rustte van een dioxineverontreiniging, werd deze analyse ingezet. Nog steeds wordt dioxine niet standaard ingezet om een verhoogd EOX gehalte te identificeren. Theoretisch kan een grond "schoon" worden verklaard terwijl deze vervuild is met dioxine, een van de giftigste stoffen die er bestaan.

EOX als hulp bij organochloorverontreinigingen.

Wanneer er een verontreiniging met een organohalogeen op een terrein is en het is de bedoeling om precies in kaart te brengen tot waar deze verontreiniging zich uitspreid kan de goedkopere EOX bepaling worden ingezet.

Laatst gewijzigd: 20/10/2015
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab