Natuurlijke gifstoffen: het Mycotoxine DON (Deoxynivalenol)

Waar komt DON vandaan

De natuurlijke gifstof DON wordt gevormd door sommige Fusariumschimmels. DON wordt vooral geproduceerd door Fusarium graminearum en Fusarium culmorum die op gras en vele graansoorten . Het is van de vele soorten mycotoxinen die door schimmels worden geproduceerd. Fusarium schimmels komen veelvuldig in de bodem voor. Vooral onder natte omstandigheden, een matige zuurstofhuishouding, maar ook als secundair gevolg van aaltjesaantasting kunnen fusarium schimmels zich in de bodem uitbreiden. De aanwezigheid in gras- en maiskuilen kunnen variëren tussen jaren. In bijvoorbeeld in aanhoudend zeer natte augustusmaanden in mais kan de fusarium schimmel wat meer zijn gang gaan.

Cyclus

Fusariumschimmels zitten in de bodem, vooral in bodems met een slecht ontwikkeld en onevenwichtig bodemleven kunnen deze schimmels zich goed handhaven. Deze schimmels groeien ook door op het gras of graan. Uit deze schimmels komen afscheidingen, metabolieten genaamd, een van de giftige daarvan is DON. Onder invloed van slechte conservering kan de reeds op het gras aanwezige vervuiling met toxinen zich eventueel verder uitbreiden in de graskuil of via een andere opslagmogelijkheid. In het dier kan een deel van het gif in de pens of maag worden afgebroken als er tenminste een goede biologische activiteit in de pens of maag aanwezig is. Een groot deel van het DON gaat toch onafgebroken verder de spijsvertering in en komt terecht in de bloedbaan. Rond de lever blijft het DON in het dier circuleren, waardoor een DON besmetting niet ogenblikkelijk uitdooft nadat het dier onbesmet voeder wordt voorgezet.

 

Toxiciteit en effecten.

In zeer gezonde dieren heeft DON niet zoveel vat, alleen bij heel hoge doses zal er schade optreden. Maar heeft het dier al wat minder weerstand, dan zal die zwakke plek door DON verder worden ondermijnd. Er is daarom niet een vast beeld bij DON vergiftigingen, ook binnen een veestapel kunnen dieren er verschillend op reageren. Dat maakt de diagnose ook lastig. DON komt voor een klein deel in de melk terecht, hetgeen ongunstig is.

Een van de effecten van een vergifitiging met DON is dat de dieren minder voer innemen en dat dieren in een slechtere conditie komen, dan wel dat er groeivertraging optreedt.  Zeer hoge doses kunnen braken tot gevolg hebben. DON tast op langere termijn het immunsysteem en de vruchtbaarheid aan en verandert de rode bloedlichaampjes. Verder kan irritatie van het maagdarmkanaal optreden, DON is niet kankerverwekkend. Het varken is het meest gevoelige landbouwhuisdier.

In de melkveehouderij komt een overschrijding van DON niet snel voor, derhalve is de analyse van deze toxine niet in de standaardpakketten voor de melkveehouderij opgenomen, wel kan het worden aangevraagd als optiepakketje.  De aan- of afwezigheid van fusarium in een voedermonster is geen maat voor de aanwezigheid van toxine. Dit omdat in veel kuilen het meeste fusarium is afgestorven na de eerste ca. 6 weken na het inkuilen. Fusarium kan soms worden herkend in bijvoorbeeld een maïskuil: het zijn witte schimmels met pluis met in het midden een roze hart.

Normstelling.

De EU normen variëren per diersoort en of het bijv. al of niet een volledig diervoeder is.
norm vanaf 2006:  900 microgram voor varkens; 2000 microgram voor kalveren lammeren en geiten.
link naar EU normen:  
http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32006H0576&from=EN

structurele maatregelen:

  • gezond, evenwichtig en actief bodemleven.
  • goede pens werking nastreven om afbraak in de pens te bevorderen.
Laatst gewijzigd: 25/06/2017
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2017, Koch - Eurolab