Aspergillus supertoxine preventie protocol

Deze schimmel (A. fumigatus en A. terreus)  produceert onder meerdere toxinen ook de super toxine: gliotoxine. Vanwege het hoge percentage melkveehouderijen dat te maken heeft met Aspergillus, en het feit dat vrijwel elk bedrijf er op enig moment mee te maken krijgt, is een preventieprotocol noodzakelijk om de productie en weerstand van het vee op peil te houden. Het is beperkt mogelijk om deze schimmel geheel van het bedrijf te weren omdat deze zich via de lucht verspreid en wereldwijd aanwezig is. Bij 88% van de koeien bleek uit onderzoek de schimmel deel uit te maken van de pensflora. Een kleine rantsoenonvolkomenheid kan al tot groei van de Aspergillus in de darm leiden en daarmee darmbeschadiging. Hetgeen de voederopname belemmert.

Rantsoen optimaliseren
De onnauwkeurigheid van routine ruwvoederanalyses bedraagt ca. 5-10% van de werkelijkheid. Hierdoor functioneert de pensvertering vaak niet optimaal, zoals bedoeld met het rantsoenadvies dat op deze grove ruwvoeder waarden is gebaseerd. Een Koch - Eurolab toxinenanalyse heeft als bijkomend voordeel dat deze een extra check is op een juist rantsoen.

Een algemeen advies is om rantsoenen niet te veel te wisselen. Het werkt het beste als langere tijd dezelfde kuilen in dezelfde verhoudingen kunnen worden gevoederd. Dit scheelt dan ook in aantallen keren bijsturen (trial and error).

PROTOCOL ONVERDACHTE BEDRIJVEN:
- Individuele kuilen onderzoeken: nee.
- Voergootmengsel mèt fecesmonster onderzoeken:  ja, enkele malen per jaar, met name in het stalseizoen.
   Er kan worden volstaan met het kleine onderzoekspakket toxinen dat hoofdzakelijk gericht is op Aspergillus.
   Voeg de rantsoengegevens bij (zie monster begeleidingsinvulformulier op onze site voor wat we aan gegevens            voor een advies nodig hebben). Het advies bestaat in de regel uit kleine rantsoenaanpassingen.

Mocht er in het fecesmonster Aspergillus worden aangetroffen -hetgeen bij onverdachte bedrijven gemiddeld in 60% van de gevallen voorkomt- wordt in ca. 18% van de gevallen, afhankelijk van de hoeveelheid Aspergillus die wordt aangetroffen, geadviseerd om na 2 weken een nieuw fecesmonster te nemen.
Gerekend vanaf het moment waarop de rantsoenaanpassing op basis van het eerste onderzoek is toegepast. 

Mocht er in het voergootmengsel zelf een veel te hoog gehalte aan toxinen verwekkers worden vastgesteld, wordt onderzoek op de individuele componenten geadviseerd (goedkoper, gericht onderzoek ter uitsplitsing van het voergootmengsel). Dit komt in ca. 8-12 % van de onverdachte gevallen voor. In gevallen met een lagere besmetting kan met een kleine rantsoen aanpassing in combinatie met bijv. een natuurlijke antimicrobiële activitetsbinder worden volstaan en is nader onderzoek niet noodzakelijk.

PROTOCOL BEDRIJVEN MET ONBESTEMDE KLACHTEN
- Individuele kuilen onderzoeken: nee, enkel wanneer een kuil echt zeer verdacht zou zijn.
- Voergootmengsel mèt fecesmonster onderzoeken  ja, ca. 4-5 keer gedurende het gehele jaar.
   Het uitgebreide toxinen analysepakket wordt aanbevolen. 
   Voeg de rantsoengegevens bij (zie monster begeleidings invulformulier op onze site voor wat we aan gegevens          voor een advies nodig hebben). Het advies bestaat in de regel uit kleine rantsoenaanpassingen.

Mocht er in het fecesmonster Aspergillus worden aangetroffen -hetgeen bij onverdachte bedrijven gemiddeld in 80% van de gevallen voorkomt- wordt in ca. 18% van de gevallen, afhankelijk van de hoeveelheid Aspergillus die wordt aangetroffen, geadviseerd om na 2 weken nieuwe fecesmonster te nemen. Gerekend vanaf het moment waarop de rantsoenaanpassing op basis van het eerste onderzoek is toegepast. 

Mocht er in het voergootmengsel zelf een veel te hoog gehalte aan toxinen verwekkers worden vastgesteld, wordt onderzoek op de individuele componenten geadviseerd (goedkoper, gericht onderzoek ter uitsplitsing van het voergootmengsel). Dit komt in ca. 20 % van de onverdachte gevallen voor. In gevallen met een lagere besmetting kan met een kleine rantsoen aanpassing in combinatie met bijv. een natuurlijke antimicrobiële activiteitsbinder worden volstaan en is nader onderzoek niet noodzakelijk.

Voor verdere informatie over de Koch – Eurolab analyses: bekijk hier de uitgebreide analyselijst

 

Laatst gewijzigd: 21/02/2018
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2018, Koch - Eurolab