Ammoniakemissie

De snelheid van ammoniakemissie is niet even groot als het ammoniakgehalte in drijfmest.
De verteringsprocessen tijdens de opslag van drijfmest blijken een belangrijke invloed te hebben op snelheid van de emissie.
Onderstaande tabel geeft bij 9 verschillende monsters aan wat de relatie is tussen het totaal ammoniumgehalte
in de mest en de ammoniak die emitteert onder gelijke laboratorium omstandigheden. (Uitvoering laboratorium Koch Eurolab). 

Let vooral in onderstaande tabel op de verschillen tussen monster 7 en 8. Ondanks een vergelijkbare hoeveelheid ammonium in de mest
(beide ruim 3 kilo per ton aan NH4-N) is de ammoniakemissie bij monster 7 vele malen lager.

Er is blijkbaar een hoop aan ammoniakemissie te winnen bij een goede mestkwaliteit.
De lage emissie van ammoniak komt bovendien deels overeen met de gemeten "bodemvriendelijkheid" van de mest.

Ook de weersomstandigheden gedurende de eerste dagen na mestuitrijden bepalen de uiteindelijke (totale) emissie.
Bij veel wind en weinig neerslag zal het totale ammoniumgehalte een grotere rol spelen.
Indien na 10 uur na het uitrijden een relevante hoeveelheid neerslag valt, heeft de snelheid van emissie een grotere invloed op de totale emissie.
Het blijft derhalve nuttig om door een efficient eiwitrantsoen het ammoniumgehalte in de mest laag te houden.

Ook blauwzuurgasontwikkeling wordt in zeer hoge mate door de mate van anaerobie van de mest beinvloed.
Deze bepaling van de mate van anaerobie wordt standaard uitgevoerd in een Koch Eurolab drijfmestanalyse.

De bepaling van bodemvriendelijkheid, blauwzuurgehalte, ammoniakemissie en overige bepalingen in drijfmest
worden op dit moment alleen projectmatig uitgevoerd in het laboratorium van Koch Eurolab

Laatst gewijzigd: 20/10/2015
Koch - Eurolab
Postbus 21
7400 AA DEVENTER
0570-502010
info@eurolab.nl
Sitemap
Bookmark deze pagina
© Copyright 1997-2016, Koch - Eurolab